“Think with your hands and explore your creativity.” 

 

Met dit motto wordt sinds 2009 in de Tinkering Studio van het wetenschapsmuseum Exploratorium in San Francisco een focus gelegd op dat leren met je handen. Bezoekers gaan er aan de slag met knikkerbanen, eenvoudige stroomkringen of windturbines. Tinkering wordt zo een methode om bezoekers actief aan het werk te zetten, hen zelfstandig te laten onderzoeken en zo samen ‘out of the box’ te leren denken.

Die speelse manier van ontdekkend leren en onderzoeken begint ook binnen het onderwijs langzaam maar zeker een opmars te maken. Wie er al mee aan de slag gaat, kan de voordelen zo oplijsten: de leerlingen doen actief aan onderzoekend leren, gaan op een spontane manier met elkaar in dialoog én voelen hun eigenaarschap aangesproken. Als leerkracht maak je voor jezelf de tijd om de leerlingen gerichter te gaan observeren en kan je je laten verrassen door hun ideeën en misschien nog onontgonnen talenten.

Nog een voordeel: het materiaal dat je hiervoor gebruikt is vaak eenvoudig, goedkoop of werd afgedankt door collega’s of familieleden. Wie een tinkeractiviteit bijwoont, ziet wellicht deelnemers grote vellen karton aan elkaar tapen, met ijzerdraad stukken stof aan knuffelberen naaien of een speelgoedrobot openbreken met een hamer.

Tinkeractiviteiten zijn dan ook per definitie hands-on: deelnemers worden uitgenodigd om aan de slag te gaan en te spelen met materialen en constructies. De activiteiten komen rommelig, speels en gek over en lokken interactie en inventiviteit uit. Niet alles loopt zoals gepland: er is geen algemeen bepaald specifiek doel en het lijkt soms vanuit ‘de buik’ te komen. Een stevige portie zelfredzaamheid en ondernemerschap is tinkeraars dan ook niet vreemd.

Maar het is meer dan een uurtje knutselen of experimenteren. Wie tinkert, doorloopt een soortgelijk leerproces zoals we vaak zien terugkeren bij muzische of STEM-vakken: er wordt een probleen naar voor geschoven, er worden inhouden, technieken en materialen aan gekoppeld en na een kort ontwerpproces wordt er als resultaat er een duidelijke oplossing naar voor geschoven.

Tinkering heeft daar wel één belangrijk verschil: de probleemstelling wordt telkens voor een groot stuk door de deelnemer zelf bepaald. Geen begeleider die hen verplicht om een vaag maatschappelijk probleem op te lossen of de zoveelste legorobot laat bouwen, maar hen wel vanuit het materiaal of de objecten die klaarstaan een authentiek ontwerpverhaal vol eigenaarschap helpt opstarten. Als we kijken naar onze ervaringen én ons verdiepen in literatuur en onderzoek naar motivatie en leren, zien we dat dit verhaal het leerplezier aanzienlijk kan verhogen.

Wanneer we tinkering als methode binnenbrengen in een klaslokaal, proberen we dan ook op die manier de autonome motivatie van de leerlingen te activeren. Ze kiezen voor een groot stuk zelf waar ze naartoe willen werken én kiezen hun eigen weg naar dit doel.

Hiervoor is het belangrijk dat er een informele en participatieve sfeer in de werkruimte hangt. Het lokaal is eventjes geen droge leerplek, maar een speelse, wat gekke omgeving waar je als deelnemer geactiveerd wordt de uitdaging die de leerkracht voor je heeft klaarstaan. Je raakt geïnspireerd door wat je rondom je ziet gebeuren en gaat in dialoog met de anderen om zo problemen op te lossen. Iedereen wordt uitgenodigd om mee te denken maar vooral ook om samen de handen uit de mouwen te steken en om verder te werken op ontwikkelingen van anderen. Teamwork is iets wat we nooit als vertrekpunt naar voor schuiven, maar zowat altijd spontaan ontstaat.

Maar sfeer is ook slechts sfeer. Minstens even belangrijk voor die open ended-aanpak is de selectie van de doelen, het ontwerp van de activiteit zelf en de rol van de begeleider. Op de volgende pagina's maken we die één voor één een stuk concreter.