TIPS

De voorbije jaren hebben we samen met studenten en leerkrachten al een hele resem activiteiten uitgetest bij verschillende doelgroepen. Handig, want dat is meteen een brok feedback die we ook aan jullie meegeven:

  • Je kan het materiaal dat aanwezig is op verschillende manieren gaan verdelen. Indien je niet heel veel materiaal hebt, kan je dit over enkele zakjes of bakken verdelen. Elke groep krijgt dan een zakje waarmee ze aan de slag kunnen gaan. Probeer wel zoveel mogelijk materialen op overschot te hebben zodat je deze waar nodig kan uitdelen.
  • Differentiatie is een belangrijk aandachtspunt. Voorzie al bij het ontwerp van een activiteit bij de milestones extra uitdagingen voor deelnemers die snel met een mogelijk antwoord komen. Normaal gezien wordt er binnen tinkering bijvoorbeeld niet met stappenplannen gewerkt maar om minder geïnteresseerde deelnemers op weg te zetten kan het handig zijn deze toch achter de hand te houden.
  • Wees niet bang om af en toe ook iets te demonstreren. Een stukje technische ondersteuning kan het proces soms versnellen of verdiepen. Gewoon opletten dat je daarbij inhoudelijk niet te veel gaat sturen.
  • Test de activiteit zelf op voorhand zelf eens uit en bedenk tijdens je eigen proces een aantal gerichte vragen. Denk hierbij vooral aan 5W1H-methode: (wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe). Enkele voorbeelden: Waarom zakt de ballon zo snel? Wat zou je hieraan kunnen aanpassen om dit te veranderen? Waar heb je inspiratie opgedaan voor je ontwerp? Wie zou je kunnen helpen om het probleem op te lossen? Hoe zouden ze je kunnen helpen op weg zetten?
  • Een competitieve sfeer kan helpen om een interessante flow in de workshop te krijgen. Je hoeft dit niet structureel in te bouwen, maar het ook gewoon laten ontstaan tijdens het verloop van de activiteit. Als begeleider kan je hier gerust in meegaan en er bijvoorbeeld een echte wedstrijd van maken, mét duidelijke afspraken en spelregels.
  • Prikkels als materialen, conversation pieces of een verrassende lesinstap zullen vooral bij de start duidelijk aanwezig moeten zijn om de deelnemers zo breed mogelijk te inspireren bij het opstellen van hun eigen onderzoeksvraag. Ga met hen ook in dialoog over de prikkels die ze vinden en de vragen die die prikkels bij hen oproepen.
  • Organiseer een toonmoment zodat de deelnemers hun eigenaarschap extra in de verf gezet wordt.